haten

/'ɦatə(n)/

Wat is de betekenis van haten?

haten betekent: (ov) kwade gevoelens jegens iemand koesteren

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) kwade gevoelens jegens iemand koesteren
  2. ergens een hekel aan hebben

Voorbeelden van "haten" in een zin

  • Ik haatte dit soort geklauter en was dolblij toen de rotswand weer overging in sneeuw waarin ik stap voor stap nieuwe treden met mijn hiel hakte.
  • Het was gemakkelijk om de Engelsen te haten, ten slotte zo gemakkelijk dat het een plezier was ze te doden.

Etymologie

* In de betekenis van ‘sterke afkeer voelen’ voor het eerst aangetroffen in 901

Vertalingen

Engelshate, detest
Franshaïr, détester
Duitshassen
Spaansodiar, aborrecer, detestar
Italiaansodiare
Portugeesodiar
Zweedshata