hattrick
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- drie doelpunten in één wedstrijd gemaakt door één spelerMet drie treffers tegen Zwitserland (3-1) was Cristiano Ronaldo weer eens de grote held van Portugal. De 34-jarige sterspeler van Juventus leidde zijn land in Porto met alweer zijn 53e hattrick in zijn schitterende loopbaan naar de finale van de Nations League. Daarin is zondag Nederland of Engeland de tegenstander. Tubantia 06-06-19 [https://www.tubantia.nl/buitenlands-voetbal/lof-voor-ronaldo-drie-treffers-niets-nieuws-voor-hem~ac1e9621/ Lof voor Ronaldo: ‘Drie treffers? Niets nieuws voor hem’]Twee jaar eerder had Nederland op het EK 1988 in Düsseldorf met 3-1 gewonnen van Engeland door een hattrick van Marco van Basten. Tubantia 06-06-19 [https://www.tubantia.nl/sport/voor-het-eerst-sinds-1996-weer-eens-om-het-echie-tegen-de-engelsen~afdeefb9/ Voor het eerst sinds 1996 weer eens ‘om het echie’ tegen de Engelsen]
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘het maken van drie doelpunten achter elkaar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1940
Vertalingen
Engelshat-trick
Spaanstripleta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek