Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
hausa
onzijdig (het)/ˈhɑusa/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) (demoniem) iemand die behoort tot het gelijknamige volkHoewel Nkrumah streeft naar het bereiken van zo groot mogelijke materiële welvaart voor de Ghanese bevolking, toch moet men in hem zien de staatsman, die in de eerste plaats de gedachte wil verwerkelijken dat, de stamverschillen in Ghana ten spijt, er politiek gesproken geen verschil bestaat tussen een Hausa, een Ga, een Fanti, een Ashanti of een Ewe.De Hausa en Fulani stellen dat zij sinds de koloniale tijd rechten hebben opgebouwd om de lokale leiders te benoemen, maar dat deze rechten niet worden geëerbiedigd.
- (demoniem) volk uit West-Afrika van meer dan 85 miljoen mensen vooral in Nigeria en NigerIn tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, zijn de slaven uit allerlei volkeren meegevoerd: van Fulani, Mande en Hausa in West-Afrika tot zelfs Himba in zuidelijk Afrika, Karo in wat nu Ethiopië is of Zans die uit diverse delen van het continent afkomstig waren.
- behorend tot of betrekking hebben op het gelijknamige volkWesterhof vertelt over de president die hem persoonijk belde, over de mooie Hausa vrouwen, over de fanatieke Nigeriaanse pers die hij met alle middelen moest bespelen en bestrijden.
- behorend tot of betrekking hebben op de gelijknamige taalEen Hausa woordenboek is gereed gekomen.
Vertalingen
EngelsHausa
Franshaoussa
DuitsHausa, Hausa
Italiaanshausa
Japansハウサ語
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek