Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

hausmacher

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. soort grove leverworst
    Van Slagerij Hulshof vielen de droge worst, hausmacher, ovenmandje met spitskool, smeerleverworst bakleverworst en Italiaanse ham in de prijzen.
    Don Arturo laat tevreden een boertje en denkt: het is potdomme net Hausmacher van de Aldi.

Etymologie

* uit het Duits