Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
hausmacher
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- soort grove leverworstVan Slagerij Hulshof vielen de droge worst, hausmacher, ovenmandje met spitskool, smeerleverworst bakleverworst en Italiaanse ham in de prijzen.Don Arturo laat tevreden een boertje en denkt: het is potdomme net Hausmacher van de Aldi.
Etymologie
* uit het Duits
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek