hausse
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) het overspannen hoogtepunt in een conjunctuur, het hoogtepunt in een periode van economische groeiEen conjuncturele hausse.
- (figuurlijk) sterke toename, forse stijging
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het rijzen van prijzen, opleving’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek