hausse

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) het overspannen hoogtepunt in een conjunctuur, het hoogtepunt in een periode van economische groei
    Een conjuncturele hausse.
  2. figuurlijk (figuurlijk) sterke toename, forse stijging

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het rijzen van prijzen, opleving’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847