havenbekken

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. water in een haven waarover schepen van en naar hun aanlegplaats kunnen varen
    Er stond een zwak briesje dat het water in het havenbekken amper deed rimpelen.
    "Je schrikt er ongelooflijk van. Er zijn zoveel distributiecentra compleet geruïneerd. Schepen die aan de kade lagen, liggen nu op hun kant op de bodem van het havenbekken. En dan heb ik het nog niet eens over de krater en de grote graansilo's die hier staan en volledig verwoest zijn. Het is enorm indrukwekkend en ook triest."

Vertalingen

Engelsdock, basin, harbour basin