hazenoog

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. oog van een haas
    Maar dit zijn geen kopieën, het zijn drie originele schilderijen, met de haas telkens net een beetje anders in een ogenschijnlijk gelijk maar gewiekst in een heel ander decor. En elke keer worden de hazenogen doder. NRC 6 december 2017 [https://www.nrc.nl/nieuws/2017/12/06/die-haas-lag-goed-in-de-markt-a1583910 Die haas lag goed in de markt]
    Cis de Dove pakt het haas. Hij voelt hem in de volle soepele lenden, betast de malsheid en kijkt in het groot blinkend hazenoog. (1934)–Antoon Coolen [https://www.dbnl.org/tekst/cool004dorp01_01/cool004dorp01_01_0001.php Dorp aan de rivier]
  2. oog dat niet volkomen gesloten kan worden door een naar achteren getrokken bovenste ooglid