hbs
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌhabeˈʔɛs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (onderwijs) (geschiedenis) (letterwoord), (afkorting) tot 1968 school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs zonder klassieke talen. Na de invoering van de Mammoetwet (1968) werd de hbs opgevolgd door enerzijds de vijfjarige havo en anderzijds het zesjarige vwo (met daarin, als meer directe opvolger van de HBS, het zesjarige atheneum, naast het vanouds bestaande gymnasium)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek