hechting

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het hechten (bijv. van wonden)
  2. draad waarmee gehecht is
    Alle zwellingen waren verdwenen, maar de littekens van de hechtingen waren hier en daar nog duidelijk te zien en ze had een gezichtskleur die neigde naar groen en geel.

Etymologie

* van hechten

Vertalingen

Engelsseam, suture
Spaansadherencia, punto quirúrgico, sutura