Heel
/heːl/
Wat is de betekenis van Heel?
Heel betekent: niet stuk, niet gebroken
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- niet stuk, niet gebroken
- zonder uitzondering, in alle delen
bijwoord
- in hoge mate
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van helen
- gebiedende wijs van helen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van helen
Voorbeelden van "Heel" in een zin
- De vaas was gevallen maar toch heel gebleven.
- Dat is in de hele wereld het geval.
- Het meisje is heel mooi.
- De hele jonge kinderen kunnen beter thuisblijven
- Ik heel.
Etymologie
In de betekenis van ‘ongeschonden, volledig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220
Vertalingen
Duitsganz
Engelswhole
nohel
nnhel
Spaansintacto, entero, completo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek