heem

onzijdig (het)/hem/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) woonplaats, geboortegrond
  2. besloten erf
  3. (in België) eigen ruimte van een jeugdorganisatie, honk
  4. (alleen als verkleinwoord) huiskrekel, zie heempje
zelfstandig naamwoord
  1. wetenschap (wetenschap) complexe verbinding met een centraal ijzerion en een porfyrinemolecuul als ligand, bijvoorbeeld de kleurstof van hemoglobine
    De heem heeft een centraal gelegen ijzeratoom (...)

Etymologie

*(m) van αἷμα (haima) "bloed", omdat dit type stoffen het eerst in bloed werden ontdekt