heester

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. laaggroeiende, boomachtige struik
  2. (gewestelijk) een jonge boom (vooral eik of beuk) zonder uitgesproken stam

Etymologie

* In de betekenis van ‘struik’ voor het eerst aangetroffen in 1210

Vertalingen

Engelsbush, shrub
Spaansarbusto, mata