Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

hefdeur

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhΙ›vdΓΈr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. afsluiting die omhoog beweegt om een toegang te openen en omlaag om die te sluiten
    Een binnenvaartschip is woensdagavond in de Prins Bernardsluis bij Tiel geraakt door een dalende hefdeur.