hei
mannelijk/vrouwelijk (de)/hɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uitgestrekte onbebouwde grond, vooral met heidekruid begroeide zandgrond
tussenwerpsel
- uitroep om iemands aandacht te trekken
Etymologie
*[C] vergelijk "hei", "hey" en "hej"
Vertalingen
Engelsheath
Fransbruyère
DuitsHeide
Spaansbrezal
Zweedshed
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek