heibezem

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bezem gemaakt van heidekruid
    En zo leerde ik op één middag alles over takkenwalletjes, ligusterhagen, bloemenborders, nestkasten, heibezems en vogelstrandjes en was ik tegen de avond helemaal gereed om de tuin honderd procent vogelvriendelijk te maken. Er was alleen één klein, maar helaas niet geheel onoverkomelijk probleem. Ik heb geen tuin.