heit
Wat is de betekenis van heit?
heit betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van heien
Betekenis
werkwoord
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van heien
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van heien
- gebiedende wijs meervoud van heien
Voorbeelden van "heit" in een zin
- Jij heit.
- Hij heit.
- Heit!
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek