hek
Wat is de betekenis van hek?
hek betekent: (bouwkunde) deels open constructie om een gebied af te scheiden van de omgeving
Betekenis
- (bouwkunde) deels open constructie om een gebied af te scheiden van de omgeving
- draaibaar deel van een omheining, het deel dat als toegang gebruikt wordt
- (molenaarsambacht) raamwerk van latten van een molenwiek
- (scheepvaart) de bovenachterzijde van een schip, achterreling
Voorbeelden van "hek" in een zin
- Om het veld heen liep een hek, zodat de bal niet makkelijk de weg op kon rollen.
- De opzichter ontsluit het ijzeren hek, dat het station Eismeer van de steile, naakte rotswand scheidt.
- {{ouds
Betekenis en uitleg van hek
Een hek is een constructie van hout, metaal of een ander materiaal die gebruikt wordt om een gebied af te bakenen of te beschermen. Het kan variëren van eenvoudige schuttingen tot solide poorten en biedt vaak privacy of veiligheid.
Het woord 'hek' wordt vaak gebruikt wanneer mensen praten over tuinomheining, maar ook in bredere zin in verband met beveiliging van eigendommen. In sommige gevallen kan een hek ook een symbolische betekenis hebben, zoals het afschermen van persoonlijke ruimte. Bij het bespreken van hekken wordt vaak ook nagedacht over de esthetiek, vooral in woonwijken.
Voorbeelden
- Ze plaatste een hek om haar tuin om te voorkomen dat de honden van de buren naar binnen zouden lopen.
- Het oude houten hek bij het huis was zo rot dat het elk moment kon omvallen.
- Tijdens de verbouwing van het park werd er een hek geplaatst om de bezoekers veilig te houden.
Woordoorsprong
Het woord 'hek' is afgeleid van het Oudnederlands 'hec', dat ook een afscherming of omheining betekende. Het heeft verwanten in andere Germaanse talen, waar vergelijkbare woorden dezelfde betekenis hebben.
Veelgestelde vragen over hek
Wat is de betekenis van hek?
hek betekent: (bouwkunde) deels open constructie om een gebied af te scheiden van de omgeving
Hoeveel betekenissen heeft hek?
hek heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft hek?
hek is een onzijdig (het).
Wat zijn synoniemen van hek?
Synoniemen van hek zijn: omheining, afscheiding.
Hoe gebruik je hek in een zin?
Voorbeeld: “Om het veld heen liep een hek, zodat de bal niet makkelijk de weg op kon rollen.”
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "hecke" van Oudnederlands "hekki", als deel van toponiem aangetroffen vanaf 1025 en als woord in de betekenis van ‘rastering’ vanaf 1227
Uitdrukkingen
- De wind niet door de hekken laten waaien — Elke mogelijke gelegenheid benutten
- Als het hek van de dam is, lopen de schapen overal. — Wanneer er geen toezicht is, doet men wat men maar wil (vgl. als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel)
- De een mag een koe stelen, de ander mag nog niet over het hek kijken. — Er wordt met twee maten gemeten, de een mag veel terwijl de ander niks of veel minder mag
- De hekken zijn verhangen. — De situatie is geheel veranderd (vgl. De bordjes zijn verhangen)
- Het hek is van de dam. — Er is geen belemmering meer, zodat iedereen nu kan doen wat hij wil (vaak in negatief opzicht)