heling

vrouwelijk (de)/ˈhe.lɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het gezond worden of maken van iemand
    Waarschijnlijk had hij op mijn openheid en spontaniteit gerekend. Misschien hoopte hij zelfs op een herkansing. Zijn leven was op een dood spoor beland, zijn kinderen waren uit huis, zijn vrouw leefde voor haar volkstuin. Hij miste de spanning van vroeger, zijn oude zelfbeeld lag aan scherven, en nu kwam hij naar mij voor heling. Maar ik zou hem niet helpen.{{Aut|Bok, Pauline de
  2. het verkopen van gestolen goederen zonder dat de verkoper ze zelf gestolen heeft

Etymologie

* van helen

Vertalingen

Engelshealing, receiving, fencing
Fransguérison, recel
DuitsHeilung, Hehlerei
Spaanscuración, receptación
Italiaansguarigione, ricettazione
Portugeesrecetação, receptação
Poolspaserstwo
Zweedshäleri