hemorroïden

meervoud/ˌhemɔroˈwidə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) aandoening aan de anus waarbij aderen pijnlijk uitstulpen
    Hij had last van hemorroïden.

Etymologie

*[2] in de betekenis van ‘aambeien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847