heng

mannelijk/vrouwelijk (de)/hɛŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) hengsel van een deur, het platte ijzer dat aan de deur zelf wordt bevestigd, met aan een kant een verticale opening voor de pin waar het scharnier om draait
    Deze hengen die worden geleverd in de kleur zwart. Mocht je dan ook een donker hek of een donkere deur dan past deze heng daar goed bij.

Etymologie

*van Middelnederlands "henge"