herbergen
/ˈhɛrbɛrɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) huisvestenDoor het noodweer was hij verplicht om de hele wandelgroep in zijn huis te herbergen.
- (ov) tot verblijf dienenDie kom herbergt vier vissen, wat erg uitzonderlijk is.
- (ov) bevattenVoor zo'n dun boek herbergt het erg veel informatie.
Etymologie
*van Middelnederlands """ / "herberghen", op te vatten als afgeleid van "herberg"
Vertalingen
Engelsaccommodate, house, contain
Franshéberger, héberger, renfermer
Duitsunterbringen, einquartieren, beherbergen
Spaansalojar, albergar, hospedar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek