herenbank

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈherə(n)ˌbɑŋk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. speciale bank in een kerk voor belangrijke personen mogen plaatsnemen; speciale bank voor de ouderlingen
    De kansel, het doophek en de herenbanken werden na de reformatie aangebracht, toen de kerk in protestante handen kwam. De Telegraaf J. Duijs 7 augustus 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/547664/oud-land Oud land]
    De Kock: „Die adellijke familieleden zijn de bewoners van de Heerlijkheid Meteren, een herenhuis met een ophaalbrug en een koetshuis dat stond aan de weg van Geldermalsen naar Bommel. Die mensen hadden in de kerk ook een eigen bank met overhuiving, de herenbank.” Reformatorisch Dagblad J. van ’t Hul 17 oktober 2018 [https://www.rd.nl/kerk-religie/dorpskerk-is-een-plek-die-mij-troost-1.1520902 „Dorpskerk is een plek die mij troost”]