herenboer

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw, beroep (landbouw) (beroep) rijke boer die als een heer leeft

Etymologie

* In de betekenis van ‘heer die uit liefhebberij het boerenbedrijf uitoefent’ voor het eerst aangetroffen in 1877