herfst

mannelijk (de)/ˈhɛrᵊfst/

Wat is de betekenis van herfst?

herfst betekent: jaargetijde tussen zomer en winter

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. jaargetijde tussen zomer en winter

Voorbeelden van "herfst" in een zin

  • In de herfst worden de dagen steeds korter.
  • Pierewiet. Pierewiet. Het lied met pierewiet gaat over een merel in de lente. Dat mag best, nu de lente in het jasje van de herfst is gaan wonen. Samuel heeft geregeld muziektherapie en voor woorden als pierewiet, zeker bij herhaling uitgesproken, kun je hem wakker maken. Mooie, grappige klank. De herhaling van de ie, de rollende r. Hij lacht uitbundig bij een gezongen pierewiet. Nog een keer, dat refrein. En nog eens.
  • Ondertussen was de herfst in Washington overal zichtbaar om me heen en op de heuvels zag je een lappendeken aan kleuren: rode herfstbladeren, weelderige okergele weiden, mosgroene bossen, turquoise meren en verse witte bergpieken.

Betekenis en uitleg van herfst

Herfst is het seizoen dat volgt op de zomer en voorafgaat aan de winter, gekenmerkt door het afvallen van bladeren van bomen en een daling van de temperaturen. Het is een tijd waarin de natuur zich voorbereid op de winter, en vaak wordt geassocieerd met een rijke oogst en kleurrijke landschappen.

Het woord 'herfst' wordt vaak gebruikt om de overgang naar koudere maanden aan te duiden. Dit seizoen brengt een unieke sfeer met zich mee, waarin mensen genieten van activiteiten zoals wandelen in de natuur en het plukken van appels. Herfst kan ook een melancholische connotatie hebben, waarin de vergankelijkheid van het leven wordt benadrukt, wat het een populaire periode maakt voor reflectie en creativiteit.

Voorbeelden

  • Tijdens de herfst kleuren de bladeren in prachtige tinten van rood, geel en oranje.
  • Met de komst van de herfst, begint het weer af te koelen en zijn de avonden perfect voor een warm kopje thee.
  • In de herfst organiseert onze buurt ieder jaar een pompoenfestijn waar iedereen zijn creativiteit kan tonen.

Woordoorsprong

Het woord 'herfst' heeft zijn oorsprong in het Oudnederlands, waar het verwant is aan het woord 'harvest', wat oogst betekent.

Veelgestelde vragen over herfst

Wat is de betekenis van herfst?

herfst betekent: jaargetijde tussen zomer en winter

Welk woordgeslacht heeft herfst?

herfst is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van herfst?

Synoniemen van herfst zijn: eindfase, najaar.

Hoe gebruik je herfst in een zin?

Voorbeeld: “In de herfst worden de dagen steeds korter.

Etymologie

* (erfwoord): Middelnederlands he(e)rfst, herft, ontwikkeld uit Oergermaans *harbista- ‘oogsttijd’, abstractum op -st- bij het werkwoord *harbjan- ‘plukken’ (vgl. Noors dial. herva ‘rukken’), uit Indo-Europees *kerp-, uitbreiding bij de wortel *(s)ker- ‘snijden’, waartoe ook Latijn carpere ‘plukken’, Oudgrieks karpós (καρπός) ‘boom-, veldvrucht’ en Tsjechisch čerpat ‘putten’ behoren. Evenals Nederduits Harv(e)st, Duits Herbst, Fries hjerst en Engels harvest ‘oogst’.

Uitdrukkingen

  • ook de herfst heeft zonnige dagen

Vertalingen

Engelsautumn, fall
Fransautomne
DuitsHerbst
Spaansotoño
Italiaansautunno
Portugeesoutono
Russischосень
Japans秋, あき
Koreaans가을, 추
Arabischخريف
Turkssonbahar, güz
Poolsjesień
Zweedshöst
Deensefterår