herhalen
/hɛrˈhalə(n)/
Betekenis
werkwoord
- nog eens, of meerdere keren, hetzelfde ondervinden, uitvoeren of laten weerkerenIk kon u niet verstaan, wilt u dat herhalen?Lieve hemel, straks hebben ze een schat aan roddels! Wat zullen ze veel boosaardigheid en leedvermaak langs de Amsterdamse ontvangkamers, kaarttafels en theekransjes laten stromen, en herhalen tegenover iedereen die het maar horen wil dat ze het voor hun ogen zagen mislopen: de bruid die niet kwam opdagen, de boze Van Loos.We hebben het refrein van het liedje nog menigmaal herhaald.
Etymologie
*van Middelnederlands """, op te vatten als afgeleid van halen
Uitdrukkingen
- altijd op het zelfde aambeeld hameren — steeds maar blijven herhalen
- Men zegt wel dat de geschiedenis zich herhaalt. — dingen van vroeger komen terug
Vertalingen
Engelsrepeat, repeat
Fransrépéter
Duitswiederholen
Spaansrepetir, redecir, repetir
Poolspowtarzać, powtarzać
Deensgentage, gentage
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek