Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

herinvoer

mannelijk (de)/ˈhɛrɪɱvur/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. importeren van wat eerder is geëxporteerd
    In de praktijk worden Europese exporteurs verantwoordelijk gesteld voor de illegale herinvoer naar de Gemeenschap van een aantal gevoelige goederen die voor terugbetaling in aanmerking komen; aldus worden zij verantwoordelijk gesteld voor omstandigheden waarop zij geen invloed hebben.
  2. laten terugkeren van iets dat was beëindigd
    De vakbond eiste dat de weddetoelagen voor het secundair onderwijs met 20% verminderd zouden worden om zodoende de herinvoer van de gemeentelijke bijwedden in het lager onderwijs (die in 1951 door Harmel waren afgeschaft) financieel mogelijk te maken.

Etymologie

*[2] van herinvoeren