herkoop
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het terugkopen van iets dat men eerst verkocht heeftIntusschen had Adolf ten zijnen behoeve op den 7 December 1472 aan onzen Hertog Karel al zijn rechten op Gelderland en Zutfen afgestaan, voor de som van 300,000 florijnen, met de clausule van herkoop en op voorwaarde van de helft der domeingoederen te mogen genieten. (1833)–Willem Bilderdijk [https://www.dbnl.org/tekst/bild002gesc04_01/bild002gesc04_01_0008.php Geschiedenis des vaderlands. Deel 4]
Etymologie
* van kopen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek