hersenen

meervoud/ˈhɛrsənə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) waarnemend, aansturend, controlerend en informatieverwerkend orgaan in dieren
    De chirurg voert een operatie op de hersenen uit.
    Als het nodig was, zou hij de helft van zijn eigen hersenen doneren om mij in leven te houden.
    'Hoe sta je daar tegenover?' 'Hoe ik ertegenover sta dat je mijn hersenen kapot gaat maken?' 'Bibi.
  2. figuurlijk (figuurlijk) denkvermogen, intelligentie
    Veel hersenen heeft hij niet.
    Alsof het slaaptekort dat deel van zijn hersenen uitschakelde dat zijn humane denken aanstuurde.

Etymologie

* van Middelnederlands "hersene", in de betekenis van ‘deel van centrale zenuwstelsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240. Tegenwoordig komt alleen het meervoud nog voor.

Vertalingen

Engelsbrain
Franscerveau
DuitsGehirn
Spaanscerebro
Italiaanscervello
Portugeescérebro
Russischмозг
Chinees
Japans
Koreaans
Arabischدماغ
Turksbeyin
Poolsmózg
Zweedshjärna
Deenshjerne