brein
onzijdig (het)/brɛin/
Wat is de betekenis van brein?
brein betekent: (anatomie) orɡaan in de schedel dat het denkvermogen herbergt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) orɡaan in de schedel dat het denkvermogen herbergt
- iemand met een goed denkvermogen wiens denken achter een bepaalde organisatie of gebeurtenis te zoeken is
- het verstand, het geestvermogen dat zetelt in de hersenen
Voorbeelden van "brein" in een zin
- Wat gaat er om in je brein, wanneer je dat meemaakt?
- Het ritme van het lopen met soms wel 70.000 stappen per dag vormde een innerlijke kadans, waarvan sommige wetenschappers beweren dat er op deze manier een inventieve samenwerking ontstaat tussen de twee helften van je brein.
- Hij was het brein van die bende misdadigers.
- Brein achter omstreden Zweedse coronastrategie geeft fouten toe
- Een brein kun je niet opereren, in het brein zit geen tumor of een bloeding: dat kan allemaal wel met de hersenen.
Etymologie
*van Middelnederlands "bregen" (door palatalisering van de -g- ontstond -ei-), in de betekenis van ‘hersens’ aangetroffen vanaf 1477
Vertalingen
Engelsbrain
Spaanscerebro, seso
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek