hertogdom

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het gebied dat onder leiding staat of stond van een hertog
    De karavaan had zich gevormd in Ulm, in het hertogdom Schwaben. `Fritta is een Duitser,' vertelde Cullen. 'Erg toeschietelijk kun je hem niet noemen, maar gezien de struikrovers die de streek onveilig maken doe je er goed aan je bij ons aan te sluiten.'{{Aut|Gordon,Noah
    Na veel zoeken, wikken en wegen werd het de Duitse prins Hendrik,een forse, goedmoedig uitziende man, enkele jaren ouder dan Wilhelmina, die zijn dagen placht te vullen met jagen in de uitgestrekte bossen van de familielanderijen in het noordoostelijke hertogdom Mecklenburg-Schwerin, het meest feodale staatje van Europa.{{Aut|Withuis, Jolande

Etymologie

* afgeleid van hertog

Vertalingen

Engelsduchy, dukedom
Fransduché
Spaansducado