heten

/ˈhetə(n)/

Wat is de betekenis van heten?

heten betekent: (copl) op een bepaalde wijze genoemd worden

Betekenis

werkwoord
  1. copl (copl) op een bepaalde wijze genoemd worden
  2. zelfstandig werkwoord in de betekenis 'de naam hebben'.
  3. copl (copl) een bepaalde reputatie hebben
werkwoord
  1. ov (ov) heet maken

Voorbeelden van "heten" in een zin

  • Hij heet Jan.
  • Het was altijd een feest als ik op een kleine waterbron recht uit de berg stuitte. Dit frisse water uit de ondergrondse meren (aquifers geheten) dronk ik direct uit de berg, zonder het te hoeven filteren.
  • Ze heette heel toepasselijk Jetfighter en alle standaardvragen passeerden de revue: ‘waar kom je vandaan’, ‘wanneer ben je begonnen?’ en ‘hoeveel liter neem je mee?’.
  • Hij heet een goede leerling [te zijn].

Betekenis en uitleg van heten

Het woord 'heten' betekent dat je iemand of iets een naam of benaming geeft. Het wordt vaak gebruikt om aan te geven hoe iemand of iets officieel wordt aangeduid.

'Heten' wordt meestal gebruikt in formele of informele situaties waarin je iemand vraagt naar zijn of haar naam, of wanneer je iemand introduceert. Het woord kan ook in bredere zin worden gebruikt om te verwijzen naar hoe dingen worden aangeduid, bijvoorbeeld in culturele of geografische contexten. Het heeft een neutrale toon en kan zowel in gesproken als geschreven taal worden toegepast.

Voorbeelden

  • Mijn beste vriend heet Jeroen, hij is een geweldige kok.
  • In de stad waar ik woon, heet het belangrijkste plein het Marktplein.
  • De nieuwe film heet 'De Avonturen van de Tijdreiziger' en belooft erg spannend te worden.

Woordoorsprong

Het woord 'heten' stamt af van het Oudnederlands 'hetan', wat 'noemen' of 'benoemen' betekent. Het is verwant aan andere Germaanse woorden die ook betrekking hebben op namen en aanduidingen.

Veelgestelde vragen over heten

Wat is de betekenis van heten?

heten betekent: (copl) op een bepaalde wijze genoemd worden

Hoeveel betekenissen heeft heten?

heten heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je heten in een zin?

Voorbeeld: “Hij heet Jan.

Etymologie

* [A]: Uit Middelnederlands hēten, heeten, ontwikkeld uit Oergermaans *haitan-, misschien bij een Indo-Europees wortel *ḱeid-, waartoe ook Ossetisch sidyn ~ sedun ‘roepen’ zou kunnen behoren. Evenals o.a. Nederduits heten, Duits heißen en Fries hjitte ‘bevelen’, hite ‘heten’.

Uitdrukkingen

  • Het heet, dat...Er wordt (al dan niet terecht) aangenomen dat iets het geval is

Vertalingen

Engelsbe called, be named
Fransappeler
Duitsheißen
Spaansllamarse
Italiaanschiamarsi