heterofiel
mannelijk (de)/ˌhetəroˈfil/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (seksualiteit) heteroseksueel
- (seksualiteit) heteroseksueel
Etymologie
* In de betekenis van ‘seksueel op het andere geslacht gericht’ voor het eerst aangetroffen in 1970
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek