heup
mannelijk (de)/høp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) deel van beide zijkanten van het menselijk lichaam ter hoogte van het heupgewricht, waar het been met de romp verbonden isZeer weinig mensen durven deze bijna 5.000 kilometer lange trail te lopen, die precies door het midden van Amerika loopt van Montana naar New Mexico, met af en toe een gratis grizzlybeer onderweg. Met een bearspray op je heup ga je wekenlang niemandsland in.
- (anatomie) het heupgewricht
Etymologie
*van Middelnederlands "hope", in de betekenis van ‘gewricht tussen bovenbeen en romp’ aangetroffen vanaf 1240
Uitdrukkingen
- Het op de heupen hebben — Kwaad of humeurig zijn
- Het op de heupen krijgen — Plotseling erg emotioneel (veelal kwaad of humeurig) worden door iets; opeens veel energie hebben
Vertalingen
Engelship
Franshanche
DuitsHüfte
Spaanscadera
Italiaansanca
Russischвальма
Chinees臀部
Japansヒップ
Koreaans엉덩이
Turkskalça
Poolsbiodro
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek