hinder
mannelijk (de)/ˈhɪndər/
Wat is de betekenis van hinder?
hinder betekent: last, ongemak
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- last, ongemak
Voorbeelden van "hinder" in een zin
- Volgens het onderzoek ondervinden tussen de 600.000 en 800.000 Nederlanders ernstige hinder van verkeerslawaai. Ze zijn boos en hebben gevoelens van afkeer, onbehagen en onvoldaanheid. Nog eens 300.000 mensen hebben slaapproblemen door verkeerslawaai.
Etymologie
* In de betekenis van ‘overlast’ voor het eerst aangetroffen in 1297
Vertalingen
Engelsnuisance, impediment
Fransembarras, gêne
Spaansmolestia, joroba, turbación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek