hinken
/ˈhɪŋkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) ongelijk lopen omdat men slechts op één been steunen kanHij verzwikte zijn voet en heeft daarna een beetje gehinkt, maar het bleek niet ernstig.
- (erga) ergens slechts op één been heen gaanDe kinderen zijn van de ene kant van het pad naar het andere gehinkt.
Etymologie
*van Middelnederlands """, in de betekenis van ‘mank gaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1301
Uitdrukkingen
- op twee gedachten hinken
Vertalingen
Engelslimp
Fransboiter
Duitshinken
Poolsutykać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek