Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

his

mannelijk (de)/hɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. jachttaal (jachttaal) waakzame houding om een prooi te belagen (alleen in onderstaande uitdrukking)

Etymologie

*: "hissen" zonder de uitgang -en

Uitdrukkingen

  • op de his staan