Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
his
mannelijk (de)/hɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (jachttaal) waakzame houding om een prooi te belagen (alleen in onderstaande uitdrukking)
Etymologie
*: "hissen" zonder de uitgang -en
Uitdrukkingen
- op de his staan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek