hobbel

mannelijk (de)/ˈhɔbəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleine verhoging in de weg
    Die hobbels verhinderen plezierig rijden.
  2. figuurlijk (figuurlijk) iets dat belemmert
    We moeten nog een paar hobbels nemen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘oneffenheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1546

Vertalingen

Engelsbump
Fransbosse
DuitsHubbel