woorden
boek
Start
›
H
›
hockeyploeg
hockeyploeg
mannelijk/vrouwelijk (de)
/ˈhɔkiˌplux/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
groep hockeyspelers die samenwerken om een andere hockeyploeg te verslaan in een hockeywedstrijd
Synoniemen
hockeyteam
hockeyelftal
Bekijk alle synoniemen →
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
📖 Synoniemen van hockeyploeg
← hockeyniveau
hockeyploegen →
Meer woorden met H
haarscheurtjes
handelsmissies
handelspositie
Hanno
hardloopwereld
Harte
Hasse
havenprojecten
Haydn
Hazel