hocus pocus

mannelijk (de)/ˌhokʏsˈpokʏs/

Wat is de betekenis van hocus pocus?

hocus pocus betekent: geheimzinnige en raadselachtige manier van doen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geheimzinnige en raadselachtige manier van doen
tussenwerpsel
  1. magie (magie) toverspreuk gebruikt door goochelaars

Voorbeelden van "hocus pocus" in een zin

  • Met een zwaar hoofd word ik wakker. Ik moet theelichtjes voor Julia kopen, schiet door me heen, zodat ze bij me is. Wat maakt het uit hoe je dat noemt, bijgeloof, magisch denken, hocus pocus. Primitief, irrationeel, m'n rug op. Achter mijn ogen beginnen de tranen weer te branden, dan biggelen ze stil als een naschok over mijn wangen.{{Aut|Bok, Pauline de
  • Ik wist wel dat je naar me zou luisteren. Al kon ik natuurlijk niet vermoeden dat je die Japanse hocus-pocus nodig had om tot inzicht te komen.' {{Aut|Jong, Rijk de
  • Hocus pocus ik verander de roos in een crocus.

Etymologie

* In de betekenis van ‘toverformule: tussenwerpsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1644

Vertalingen

Engelshocus pocus