hoes
mannelijk/vrouwelijk (de)/hus/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bescherming die om een -meest vlak- voorwerp wordt aangebrachtOp de hoes van deze plaat stond de zanger afgebeeld.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘overtrek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1343
Vertalingen
Franshousse
DuitsHülle
Russischконверт, чехол
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek