hofhond
mannelijk (de)
Wat is de betekenis van hofhond?
hofhond betekent: de waakhond die een gebouw of boerderij bewaakt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de waakhond die een gebouw of boerderij bewaakt
Voorbeelden van "hofhond" in een zin
- Jackie, de hofhond van de Kaserhof, kijkt met een treurige blik in de ogen toe hoe de worst in mensenmonden verdwijnt.
- „O Reindert, de schout is ons vast op het spoor! We zijn verraden!” Maria beeft als een rietje. Reinderts gedachten gaan razendsnel. „De schout? Nee, dat denk ik niet; er staat ook geen paard. En de hofhond is rustig. Je zusje is vast wakker geworden…”
Vertalingen
Engelshouse-dog
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek