hofhond

mannelijk (de)

Wat is de betekenis van hofhond?

hofhond betekent: de waakhond die een gebouw of boerderij bewaakt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de waakhond die een gebouw of boerderij bewaakt

Voorbeelden van "hofhond" in een zin

  • Jackie, de hofhond van de Kaserhof, kijkt met een treurige blik in de ogen toe hoe de worst in mensenmonden verdwijnt.
  • „O Reindert, de schout is ons vast op het spoor! We zijn verraden!” Maria beeft als een rietje. Reinderts gedachten gaan razendsnel. „De schout? Nee, dat denk ik niet; er staat ook geen paard. En de hofhond is rustig. Je zusje is vast wakker geworden…”

Vertalingen

Engelshouse-dog