hofje
/ˈhɔfjə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- deels besloten leefgemeenschap bedoeld voor behoeftigen, meestal bestaande uit een aantal huisjes rond een parkjeHet stichten van hofjes was in vroeger eeuwen deel van de armenzorg.
Etymologie
*afgeleid van "hof"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek