hollen
/ˈhɔlə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) zeer snel lopen (gericht)Hij is snel naar huis gehold.
- (inerg) zeer snel lopen (ongericht)Hij heeft het hele stuk gehold.
- hol maken, uithollen
Etymologie
* In de betekenis van ‘rennen’ voor het eerst aangetroffen in 1484
Vertalingen
Engelsrun
Franscourir
Duitsrennen, laufen
Spaanscorrer
Turkskoşmak
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek