Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

homoziekte

vrouwelijk (de)/ˈhomoˌziktə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) aandoening die alleen of vooral voorkomt bij mannen die seks hebben met andere mannen
    Hij stierf zelf in het voorjaar van 1984 aan aids. Maar al snel werd duidelijk dat aids niet exclusief een homoziekte was.

Etymologie

*, aangetroffen vanaf 1982 [https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ABCDDD:010857494:mpeg21:a0132 "Nieuwe „homo-ziekte” eist eerste slachtoffer" in: De Volkskrant jrg. 61 nr. 17542 (14 mei 1982)]; p. 6 kol. 5; geraadpleegd 2019-03-10