honderdtwintig
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌhɔndərˈtwɪntəx/
Betekenis
telwoord
- "120", het getal tussen honderdnegentien en honderdeenentwintig, honderd plus twintig
- om een hoeveelheid aan te gevenDe totale kosten bedragen honderdtwintig euro en zevenendertig cent.
- om een plaats in een volgorde aan te gevenWe logeerden vlakbij het strand in kamer honderdtwintig van het grootste hotel.
zelfstandig naamwoord
- dat wat in een (rang)ordening met 120 is aangeduidAls jij honderdtwintig opruimt doe ik de twee kamers daarna wel, want die zijn kleiner.
- groep van 120 eenhedenDie honderdtwintig kunnen onmogelijk een complete brigade met tanks tegenhouden.
Vertalingen
Franscent-vingt
Duitseinhundertzwanzig
Italiaanscentoventi
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek