hoofdhuis
onzijdig (het)
Wat is de betekenis van hoofdhuis?
hoofdhuis betekent: het belangrijkste gebouw van een groep gebouwen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het belangrijkste gebouw van een groep gebouwen
Voorbeelden van "hoofdhuis" in een zin
- Haar woedende uitvallen moeten toen door de houten muren van het hoofdhuis op Jasnaja Poljana over de weiden hebben geschald.
- Het thema is dit jaar 'Van Kasteel tot Buitenplaats'. Te zien is hoe kastelen na de middeleeuwen zijn veranderd in buitenplaatsen, met om het hoofdhuis heen tuinen, parken, vijvers, koetshuizen en oranjerieën. Onder de deelnemers zijn Slot Loevestein, het Muiderslot en het Kasteel van Breda.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek