hoofdmacht

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het grootste en belangrijkste deel van een leger
    Op 28 oktober stak Koetoezov met zijn leger naar de linkeroever van de Donau over en hield voor de eerste maal halt, aangezien hij nu de Donau tussen zichzelf en de hoofdmacht van de Fransen had.
  2. het belangrijkste, sterkste deel van een (sport)club
    Terwijl Jurriën Timber naam maakt in de hoofdmacht van Ajax, is tweelingbroer Quinten nog een stuk onbekender als hij begin mei tekent bij FC Utrecht, in hun geboortestad.
  3. grootse groep wielrenners tijdens een wegwedstrijd

Vertalingen

Engelsmain body, main force