hoofdstation
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het belangrijkste station van een stad of spoorlijnWanneer je zo bent gewend iets op te zeggen, is het dan niet een soort blijdschap om dat gedachteloos van je lippen te laten rollen? Ze stonden in die tinctuur, een weliswaar dunne blijdschap, die je nooit kon aanraken, nooit echt kon voelen, totdat de treindeuren opengingen op hoofdstation Centrum, en naar buiten tuimelden de passagiers, met zovelen - je zou niet hebben gedacht dat de trein zovelen kon bevatten.
- belangrijkste waarnemingspost
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek