hoogdag

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van hoogdag?

hoogdag betekent: belangrijke kerkelijke feestdag vooral bij de rooms-katholieken

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. belangrijke kerkelijke feestdag vooral bij de rooms-katholieken
  2. een hele leuke dag

Voorbeelden van "hoogdag" in een zin

  • Kerstmis, Pasen, Pinksteren en Allerheiligen zijn de vier hoogdagen.
  • Saddam Hoessein? Een hoogdag toen hij werd opgehangen.
  • 1 mei 2004. Een mijlpaal in de geschiedenis van Europa. Een ware hoogdag voor de Europese Unie.
  • Er waren drank en exquise hapjes voor vierhonderd genodigden. Geschonken door de stad en geserveerd door personeel van de stad. Het was ongetwijfeld een hoogdag voor Bart Tommelein en zijn nieuwe jonge vrouw.