hoogwater
onzijdig (het)/hoxˈwatər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ogenblik dat de vloed op zijn hoogst isDe Jupiter was wel groot genoeg voor een ‘tijpoort’: een beperkt tijdvak voor vertrek omdat het schip met een diepgang van 13,70 meter alleen bij hoogwater door kan varen.
- hoge waterstand in het algemeenDoor het hoogwater wonen sommige Nederlanders tijdelijk op een eiland. Zo is het Overijsselse Fortmond al sinds Eerste Kerstdag niet meer bereikbaar via de weg.
Vertalingen
Engelshigh water, flood
Fransmarée haute
DuitsHochwasser
Spaansmarea alta, flujo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek